Wat betekent dit voor u, de afschaffing van de ouderentoeslag?

De afschaffing van de ouderentoeslag per 2016 heeft met name gevolgen voor ouderen met een laag inkomen en relatief veel vermogen. Met het vervallen van de ouderentoeslag betalen ouderen vanaf volgend jaar evenveel belasting over hun spaargeld en vermogen als andere belastingplichtigen. Tot en met dit jaar is nog een groter deel van het vermogen van ouderen vrijgesteld van belasting. Ouderen die nu geen belasting over hun vermogen hoeven te betalen, moeten dat vanaf 2016 mogelijk wel. De afschaffing van de ouderentoeslag heeft effect op mensen die dit jaar al AOW ontvangen en een persoonlijk inkomen hebben van minder dan € 20.075 en een vermogen van meer dan € 21.330. Voor de meerderheid van de ouderen heeft het afschaffen van de toeslag overigens geen gevolgen. 

Vrijstelling Vanaf volgend jaar is het vermogen van iedereen tot € 21.437 vrijgesteld. Voor mensen met een fiscale partner geldt een grensbedrag van € 42.874. De eerdergenoemde groep ouderen heeft dan geen recht meer op toeslagen of alleen nog recht op lagere bedragen. Het is belangrijk dat ouderen met een vermogen boven de € 21.437 hun huurtoeslag op tijd stopzetten. De belastingvrijstelling voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget is voor volgend jaar op € 103.941 vastgesteld. Ouderen met minder vermogen hebben nog wel recht op deze toeslagen. 

Eigen bijdrage Aangezien het vermogen waarover belasting wordt betaald hoger uitvalt, heeft de afschaffing van de ouderentoeslag ook effect op andere inkomensafhankelijke regelingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de hoogte van de eigen bijdrage voor langdurige zorg of ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De peildatum is 1 januari 2016.

Heeft u hierover vragen? Neemt u dan contact op met uw diaconie.