Overwegen januari 2016

Jullie moeten heilig zijn, omdat ik, de Heer,
jullie God, heilig ben.Leviticus 19: 2   

Foto: Gezamenlijke oudejaarsdienst in De Levensbron.
31 december 2015 

Op de drempel van het oude en nieuwe jaar hebben we tijdens de Oudejaarsdienst in De Levensbron nagedacht over deze tekst uit het boek Leviticus. De leefregels die in het boek Leviticus staan, maken onderdeel uit van het wetboek van het volk Israël dat na de slavernij in Egypte en de zwerftocht door de woestijn richtinggevend moet zijn voor het samenleven met elkaar. Je zou het kunnen zien als een soort van inburgeringscursus voor vluchtelingen die zich willen vestigen en willen wonen in een land waar ze vrij zullen zijn. 

We lezen hier de oproep om uit eerbied voor de heiligheid van God, het eigen leven te  heiligen en dat doe je door de heiligheid van ieder ander mens te respecteren.  Bij de heiligheid van God ben je geneigd om aan het hoge, onbereikbare en eerbiedwaardige van God te denken. Maar in deze oproep gaat het juist om het nabije van God die zich daarmee onderscheidt van andere in die tijd bekende goden. De God van Israël laat zich kennen in zijn barmhartigheid. Als dank voor zijn barmhartigheid draagt God de Israëlieten op om zelf barmhartig te zijn voor anderen die kwetsbaar zijn door wat voor omstandigheden dan ook. Dat is een mooie gedachte om vast te houden aan het begin van het Rooms Katholieke ‘Heilige jaar van Barmhartigheid’.  

Het zijn heel grote woorden die in Leviticus ge-sproken worden: ‘Jullie moeten heilig zijn, omdat ik, de Heer, jullie God, heilig ben’. Maar al die grote woorden, mogen zich klein vertalen - naar de mogelijkheden die een ieder van ons heeft - om in zijn of haar eigen leven heel concreet iets te doen voor een ander. De tekst uit Leviticus wil ons helpen om ons te richten op dat verlangen om heilig, eerlijk en oprecht te leven, in wat je zegt en doet. Als je hart op God gericht is, dan is je hart ook gericht op de mensen die God liefheeft, alle mensen en in het bijzonder de kwetsbare mensen, die in hun levensomstandigheden of levensgeluk afhankelijk zijn van anderen. Dat is niet anders dan wat Jezus later zal zeggen: “wat je voor iemand hebt gedaan die het moeilijk heeft en kwetsbaar is – dat heb je voor mij gedaan. En waar je het niet gedaan hebt, daar ben je aan mij voorbijgelopen.” 

In de zin van Leviticus heilig leven is niet makkelijk als je verdrietig, boos of teleurgesteld bent. Dat is niet makkelijk als je bang bent voor die vreemdeling die anders is.  Toch helpt het om, zoals Jezus dat heeft opgedragen, aan Jezus te denken in ons samenleven met elkaar. Het is Jezus zelf die ons heeft voorgehouden, in ieder ander altijd een kind van God te zien, iemand die respect verdient, zorg en aandacht. Die opdracht  kan helpen om je eigen kleinheid en angst te overwinnen en om te groeien in geloof en liefde,  in  moed en vertrouwen.  Dat we mogen groeien in ons geloof, hoop en liefde wens ik u en ons allen toe voor het nieuwe jaar.  

De dienst op oudejaarsavond sloten we af met een gebed voor de wereld door kaarsjes aan te steken en neer te zetten bij een wereldbol.  Daarna vormden we een kring van gebed rond de wereld door hand in hand het Onze Vader te bidden.