Overwegen december 2015

Bij de Heer ben ik veilig, hij is de allerhoogste God. Bij Hem vind ik rust, hij is de machtige God. Daarom zeg ik tegen hem: “U beschermt me, ik hoef niet bang te zijn. Op U vertrouw ik.”

De Heer beschermt je,
bij de allerhoogste God ben je veilig.
Rampen overkomen je niet,
het kwaad kan je niet raken.
Want de Heer stuurt zijn engelen.
Zij zullen je altijd beschermen waar je ook bent.

Psalm 91:1-2, 9-11. Bijbel in gewone taal.

De bellende engel

Deze bellende engel werd in april 2011 op het dak geplaatst van de Sint Jans-kathedraal in Den Bosch. Engelen zijn van alle tijden en met zijn mobieltje is deze engel helemaal van onze tijd. Anders dan de meest moderne mobieltjes is zijn telefoon nog van een robuuste soort. Zo eentje waar je alleen mee kunt bellen. Meer hoeft ook niet wat het “Engelke” heeft van zijn beeldhouwer Toon Mooy ook één knop gekregen. Meer heeft hij niet nodig. Op zijn eigen website www.utengelke.nl meldt de engel dat hij een direc-te lijn naar boven heeft en een prima contact heeft met het hiernamaals. Hulpvaardig is hij ook want met zijn goede netwerk is hij altijd bereid voor een ieder een goed woordje te doen.  

In de komende weken zullen er in onze eigen gemeente ook weer engelen actief zijn. Deze engelen hebben ruim een week geleden met veel plezier hun vleugels van de zolder gehaald om in de adventstijd in de gemeente rond te vliegen om hier en daar wat extra licht te brengen in de donkere dagen op weg naar het Kerstfeest. 

Tijd om te vertrouwen

Met de oorlog in het Midden Oosten, de vele vluchtelingen op zoek naar een veilige plaats en de aanslagen in Parijs hebben we een enorme behoefte aan engelen als boodschappers van vrede en heil van God.

In het kerstevangelie dat we in de komende weken gaan lezen komen we ze veelvuldig tegen. Ze vertellen aan Zacharias, Maria en Jozef en de herders dat God de wereldgeschiedenis zal ver-anderen en dat zijn vrederijk zal beginnen met de komst van een kind die de langverwachte Messias is. 

Een psalm van vertrouwen

De woorden van Psalm 91 vormen een gebed dat al eeuwen door joden en christenen gebeden en gezongen wordt op de grens tussen dag en nacht, op de grens van waken en slapengaan, op momenten van gevaar en ziekte. Het is een avondpsalm waarin we als gelovigen worden meegenomen naar de dubbele werkelijkheid waarin we leven. De werkelijkheid van het kwaad en gevaar, van roofdieren die je kunnen verscheuren en slangen met hun giftige tong die je kunnen doen twijfelen. Het zijn concrete beelden voor het kwaad en het leed dat er is en de vragen die dat oproept. Maar er is nog steeds ook die andere werkelijkheid: die van het koninkrijk van God. Dat is een werkelijkheid die je alleen met de ogen van je hart kunt zien en die alles te maken heeft met de keuze voor het leven. Wanneer je/het leven concreet in gevaar is, kun je je door angst laten kleinmaken. Je kunt ook kiezen voor vertrouwen en je houvast zoeken bij God. Dan vind je houvast in het beeld dat de Eeuwige zijn engelen de opdracht geeft  ons op onze wegen te bewaken, door welk duister dal onze weg ook gaat.   

In kloosters klinkt psalm 91 in de avonddienst. Na deze psalm wordt het loflied van Simeon gezongen. Met het kind Jezus in zijn armen bad hij in de tempel: Mijn ogen hebben thans uw heil - uw Yeshoea - gezien. Nu mag ik sterven, nu ben ik bereid om heen te gaan. In Jezus herkennen wij het geheim van Gods liefde. Wij mogen Jezus volgen in zijn vastberaden keuze voor het leven, want er is niets dat ons kan scheiden van de liefde van God. Geen terrorisme, geen dood. Het mooie van psalm 91 is dat hij eindigt met woorden van God zelf. God zelf zegt: ‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. Roep je mij aan, Ik geef antwoord. In de nood zal ik bij je zijn. Ik zal je redding zijn’. 
En wat helemaal mooi is, is dat in die laatste zin, de naam van Jezus al klinkt: “Ik zal je redding zijn”. In het Hebreeuws staat er: “Zien zal je mijn redding, mijn zegen”. Mijn Yesjoeah. De naam van Jezus staat hier niet op deze plaats, maar wel dat God redt. Dat is de opdracht van Jezus, de reden waarom Hij gekomen is, dat klinkt hier voor ons al wel in mee.

Jezus weende om Jeruzalem, om de wereld. Jezus is ons voorgegaan op de weg van geweldloos verzet en de keuze voor de menselijkheid te allen tijde. De wereld, ons zelf, al onze vragen en ons niet-weten mogen we bij God neerleggen. Jezus ging ons tot op de laatste grens van zijn leven voor in het vertrouwen dat God ons leven omvat en draagt. Engelen troostten Hem in zijn worsteling om ook dat vertrouwen vol te houden. God is er bij. Soms kun je dat diep van binnen,  als een zeker weten, ervaren. Soms ervaar je het door engelen op je weg. We hebben behoefte aan engelen. Je kunt een engel zijn van Gods vrede door te blijven kiezen voor de liefde, het leven en medemenselijkheid. Engelen van troost, engelen van geduld, engelen van vrede. Laten we engelen zijn van Gods vrede, voor deze wereld, voor de mensen die we ontmoeten, voor de mensen in ons midden.   

Bij de Heer ben ik veilig, hij is de allerhoogste God. Bij Hem vind ik rust, hij is de machtige God. Daarom zeg ik tegen hem: “U beschermt me, ik hoef niet bang te zijn. Op U vertrouw ik.”