Overwegen januari 2015

Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet van de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God. Micha 6:8 

St Bride’s church

Afgelopen zomer bracht ik een bezoek aan Londen. Op de zwerftocht door de stad bezochten we verschillende kerken die we toevallig op onze route tegenkwamen. Zo belandden we ook in de st. Bride’s church in Fleetstreet, een kerkje in het hart van journalistiek Londen. Bij alle bijzondere dingen die we zagen en bezochten was het bezoek aan deze kerk die de meeste indruk op mij gemaakt heeft vanwege de gedachtenishoek die in deze kerk is ingericht voor alle in oorlogsgebieden omgekomen journalisten, correspondenten, fotografen en cameramensen en hun medewerkers. Hier op een gedachtenisaltaar kregen al die mensen een naam, een gezicht: jonge mensen, ervaren mensen, mannen, vrouwen, die waren omgekomen bij de uitoefening van hun werk op de gevaarlijkste plaatsen in de wereld.  Ik realiseerde mij dat ik doorgaans helemaal niet stil sta bij de mensen die deze berichtgeving verzorgen, de informatie verzamelen, de foto’s en films maken.  Het was goed om daar eens even bij stil te staan. Zij brachten het offer van hun leven in hun verlangen informatie, waarheid en achtergronden te verzamelen over wat er in de wereld aan geweld en strijd plaatsvindt en dat in de openbaarheid te brengen.

De bloedige aanslag van 7 januari op de medewerkers van het Franse satirische blad Charlie Hebdo in Parijs bevestigt het risico dat journalisten lopen als ze aan de kaak stellen wat niet in de haak is.  

Micha

Mooi en bemoedigend klinken de woorden van Micha over recht, trouw en goeddoen. Maar de  context waarin deze tekst staat is die van een rechtszaak. God roept het volk Israël ter verantwoording. Want mensen weten wel wat er van hen wordt verlangd, maar het wordt niet gedaan. Mensen wandelen niet meer met God en niet met elkaar! Dat zint God niet en daarom klaagt God zijn volk aan. “Luister! Wat heb ik je misdaan?”  Je zou verwachten dat God zijn volk aanklaagt. Maar Hij zegt: ‘Mijn volk, wat heb Ik je misdaan?’ (vers 3a). Dat is bijzonder. In plaats van verwijten te uiten, gaat God bij zichzelf te rade. God kijkt naar zichzelf en vraagt zich af of Hij zich anders had kunnen opstellen. Het is een houding die ruimte schept om conflictsituaties op te lossen. Hoe verademend is het als je een ander kunt vragen: ‘Wat kan ik anders doen om tot jou in een goede relatie te komen?’ Zouden er mensen zijn die de vraag om verandering bij zichzelf durven leggen? Die bij schuld niet direct naar de ander wijzen, maar bij zichzelf te rade gaan? God durft het in de tekst wel aan. God gaat in het rechtsgeding bij zichzelf rade. Hij somt allerlei gebeurtenissen op, waarop Hij helpend aanwezig is geweest, redding gegeven heeft en richting gewezen heeft.  De vraag van God, wat heb ik fout gedaan, is een spiegelvraag aan mensen om naar zichzelf en naar hun relatie met God te kijken. In de tekst uit Micha gebeurt dat ook.  

Hoe zit het met onze relatie met God?‘ Je weet wat de Heer van je wil’, zegt Micha. Je mag dat ook vertalen met: ‘Je weet wat de Heer bij je zoekt’. ….  Want  het Hebreeuwse woord op deze plaats betekent in de eerste plaats ‘zoeken’. God vraagt niet, God zoekt. We hebben een zoekende God. Wat God bij mensen zoekt wordt met drie woorden samengevat: Recht doen, trouw liefhebben en je keuze om je weg met God te gaan. Recht doen. Dat is zo leven dat anderen tot hun recht komen en je daarvoor inzetten. Trouw liefhebben, dat is volhouden en volharden.  Dat is het recht een lange adem geven. En het belangrijkste van de drie, is het gaan van je weg met God. Want in het samen wandelen met God, ligt de basis en de kracht om recht te doen, trouw lief te hebben. Wandelen met God, is niet anders dan in verbondenheid met alle mensen - je weg gaan -  in gedeelde vreugde en gedeelde verantwoordelijkheid. 

Kort samengevat zegt Micha dit:

            Doe recht
            Heb lief
            Wandel met God  

Het klinkt zo eenvoudig, maar het is moeilijk genoeg om werkelijk zo te leven.