Overwegen februari 2017

In deze Overwegen wil ik u iets vertellen over pionieren en welke ervaring ik daarmee in het afgelopen jaar heb opgedaan.   

Waar een Woord is, is een weg, is de titel van het visiedocument van de PKN. Het is ook een mooi thema om te overdenken in de tijd op weg naar Pasen. Welk Woord helpt u verder, bij het gaan van u weg? Met Zijn Woord loopt Jezus met een ieder van ons mee op onze levensweg. In gebed, gedachten en/of lezend in de Bijbel  kunnen we Hem vragen om een Woord (gedachte, richtingwijzing) waarmee wij weer verder kunnen in het gaan van onze eigen weg in navolging van Jezus in de keuzes die we maken, in het hebben van geduld, in het vinden van goede moed om tegenstem te zijn en actie te ondernemen, in het delen van het goede en in samen huilen en samen lachen. 

Kerk 2025 Waar een Woord is, is een weg' ... 
In onze landelijke kerk is men druk bezig met het uitwerken van de nieuwe organisatiestructuur voor de Protestantse kerk van de toekomst in de hoop dat er in 2025 een betekenisvolle kerk zal zijn. Er moet flink bezuinigd worden dus moeten structuren worden vereenvoudigd, worden banen opgeheven en bij predikantsplaatsen wordt gekeken of het werk niet net zo goed door kerkelijk werkers/sters en vrijwilligers gedaan kan worden. Maar kerk is niet alleen organisatie en financiën.

Terug naar de basis van kerk-zijn komen we uit bij Jezus en de geloofsgemeenschap van mensen die de eeuwen door in Jezus’ Geest, proberen te leven. Maar de manier waarop we kerk zijn is niet meer voor steeds minder mensen aantrekkelijk. In het visiedocument van de PKN wordt daarom ingezet op het ontwikkelen van nieuwe vormen van kerkzijn naast de bekende vormen door het ondersteunen van pioniersplekken. Eén van de nieuwste vormen hiervan is het monastiek-pionieren. 

Monastiek pionieren
Vorig jaar maart zag ik een reportage over de monniken van Abdij Sion in Diepenveen die hun klooster verkocht hadden om een nieuwe start te maken op het eiland Schiermonnikoog.
De nieuwe eigenaars van het gebouw: Stichting Nieuw Sion, zocht naar aspirant bewoners om er  een eigentijds oecumenische klooster-gemeenschap te beginnen. Geinteresseerd in dit initiatief hebben mijn man en ik contact gezocht en in mei zijn we er op kennismakingsbezoek geweest. In juli volgde daarna een eerste ontmoeting met zo’n 15 andere mensen die belangstelling hadden. Dat was het begin van een avontuurlijke tijd waarin we elke maand samen met de andere aspirant bewoners een weekend in het klooster waren de plannen verder uit te werken. Want hoe begin je een oecumenische leefgemeenschap, durf je het aan met de mensen die hetzelfde verlangen blijken te delen, hoe ga je om met de verschillen en hoe moet het leven van bidden en werken er dan uit gaan zien. Alles moe(s)t nog uitgedacht worden. Gaandeweg ontstond er een groep van 8 mensen die het hart van de leefgemeenschap wilden gaan vormen. Een volgende belangrijke stap was dat  het bestuur toestemming zou geven dat we er op korte termijn (dit voorjaar) ook daadwerkelijk zouden kunnen gaan wonen. Begin januari werd duidelijk dat de wederzijdse verwachtingen van bestuur en leefgemeenschap zover uit elkaar lagen dat we als groep ons avontuur op Abdij Nieuw Sion beëindigd hebben.
Wat blijft is een groep vrienden die met elkaar verder willen zoeken naar de mogelijkheden van monastiek pionieren ergens in het land.

Dus weet u een kloostergebouw dat leeg staat of een kerk die een leefgemeenschap zoekt, dan hoor ik dat graag. 

Permanente educatie
Net zoals in bijna alle beroepen moeten predikanten ook doen aan bijscholing. In februari heb ik een week studieverlof gebruikt om mij te verdiepen in de ontwikkelingen rond het pionieren dat zo’n belangrijk item is in de visienota van de toekomst van onze kerken. Pioniersplekken hebben van oorsprong een missionair karakter. De spannende vraag is ondertussen wat het doel is van deze activiteiten. Gaat het om zieltjes winnen voor de kerk als organisatie tegen de vergrijzing of gaat het om het ontwikkelen van nieuwe vormen van kerkzijn op plaatsen waar de kerk als organisatie niet (langer) aanwezig is. De kerkorde gaat in ieder geval ruimte bieden aan deze nieuwe vormen van kerkzijn waarbij bijvoorbeeld ook niet-predikanten de mogelijkheid krijgen om voor te gaan in doop-, huwelijk- of avondmaalsviering.
Een andere vraag is wat van een geloofs-gemeenschap een kerk maakt. Wat heb je minimaal als organisatie nodig is of is het genoeg als ‘twee of drie in Jezus’ naam’ samenkomen?  
Twee of drie is niet veel, maar soms is het ook genoeg om op weg te gaan en de weg van Jezus te volgen. 

Ik wens u allen een goede 40-dagentijd toe. 

Met herderlijke groeten,
ds. Joke van der Neut