Troostradio ' Ora et labora' 27 mei 2020

Deze bijdrage werd uitgesproken door ds. Herman Offringa, voorganger in de Opstandingskerk

U kunt het fragment hier beluisteren:

https://www.rtvridderkerk.nl/radiotv/troostradio-ora-et-labora/

 

Ora et labora

Ik lees de uitspraak nog wel eens op de boeg van een binnenvaartschip: Ora et labora. ‘Bid en werk’ betekent dat. De gedachte daarbij is ongetwijfeld dat dit schip en haar bemanning koers houdt onder de zegen van de goede God. Er wordt hier niet alleen gewerkt, maar ook gebeden. 

Nu ik in deze tijd veel thuis werk (en velen met mij, zo weet ik) voel ik me weleens een monnik, levend onder dat oude devies van ora et labora. Bidden en doen. Er is nu veel tijd om te bidden - met woorden en in stilte; om de gedachten in goedheid te laten rondgaan naar de mensen om me heen, familie en vrienden, naar mensen van de kerk, in het dorp, de mensen die daar wonen en werken de zieken, mensen die zorg nodig hebben en zij die zorg verlenen. Biddend werken en werkend bidden. Ora et labora. 

Voor deze serie radiocolumns zoek ik naar woorden en wijsheden die ons door de crisis heen zouden kunnen helpen, die kunnen troosten en kracht geven. Soms zijn het oeroude verhalen, sagen en legenden die inspireren. Zo smeedde de Russische schrijver Leo Tolstoi een parabel die ons dicht bij de kern van het ware bidden brengt. 

Een bisschop gaat op bezoek in zijn bisdom. Hij reist per schip, want zijn gebied is rijk aan water. Onderweg tekent zich een stip tegen de horizon af. ‘Wat is dat?’ vraagt de bisschop. ‘Een eiland’, antwoordt de kapitein. ‘Wonen er ook mensen?’ ‘Alleen een paar kluizenaars, heilige mannen.’

'Dan moet ik ze bezoeken’, vindt de bisschop, ‘want ook zij vallen onder mijn herderlijke zorg.’

En dus wendt het schip de steven. Als ze het eiland naderen, staan drie mannen, met grote baarden, hand in hand op het strand. De bisschop laat zich aan land zetten en begroet de kluizenaars hartelijk. Hij informeert naar hun welzijn. Het blijkt dat zij daar in de eenzaamheid God zoeken. ‘Kennen jullie het Onze Vader?, vraagt de bisschop. Nee, daar hebben ze nog nooit van gehoord, maar als de bisschop het hun wil leren: graag! En dus begint de bisschop: ‘Onze Vader…’ en zo leert hij hun, regel voor regel het gebed des Heren opzeggen. Als ze het helemaal kennen, geeft de bisschop hun de zegen en gaat weer aan boord. Terwijl het schip wegvaart staan de drie mannen op het strand, hand in hand luidkeels het Onze Vader te bidden. 

Die avond zit de bisschop op het achterdek van zijn schip. Hij mijmert wat en staart over het water. Tot zijn oog getroffen wordt door… ja, wat is dat in de verte? Het beweegt in de richting van het schip en komt snel dichterbij. Het lijkt een vogel. Nee, toch niet. Het is… het is een mens. Nee, het zijn drie mensen. Het zijn de kluizenaars. Hand in hand komen ze over het water aangelopen. Terwijl iedereen over de reling hangt, naderen zij het schip. Bij de achterplecht blijven ze staan.

Ze heffen hun gezicht omhoog naar de bisschop en vragen: ‘We zijn de woorden van het gebed vergeten, kunt u het nog een keer zeggen?’ Dan spreekt de bisschop en zegt: ‘Ga heen in vrede, ik hoef jullie niets meer te leren.’

Dit is het verhaal dat Tolstoj vertelde. Ik denk dat het gaat over biddend leven. Biddend leven als een zaak van het hart, vaak zonder woorden, dat dieper gaat en nog belangrijker is, dan het uitspreken van bepaalde gebeden. Biddend leven drukt zich uit in vriendelijkheid, vredelievendheid, zachtmoedigheid en zelfbeheersing en de andere vruchten van de Geest (Galaten 5,22-23). De monniken in het verhaal van Tolstoj bidden in geest en waarheid, en de bisschop herkent hun heilig en biddend leven, ook al kennen zij het Onze Vader niet.

 Ora et labora.