Troostradio 'IJdelheid' 29 april 2020

Dit fragment is uitgesproken door ds. Herman Offringa van de Opstandingskerk in Rijsoord. Het fragment is te beluisteren via:

 https://www.rtvridderkerk.nl/radiotv/troostradio-ijdelheid/

 

IJdelheid

Een mens kan veel goed doen, maar ook veel kwaad, en ik vraag mij af, nu wij door het coronavirus worden belaagd, welke kant het dan met ons op gaat. Hamsteren en mondkapjes stelen, tegenover lieve kaartjes sturen en boodschappenacties. Brengen rampen nu het goede of het slechte in mensen naar boven? (dagblad Trouw – Verdieping, vrijdag 27 maart 2020 p. 2-3)
Misschien denkt u: is dat nu echt érg in deze sombere en onzekere tijden, dat hamsteren van wc-papier, of het stelen van mondkapjes? Niet iets om trots op te zijn, maar is dat nu echt slecht?
En dat mensen naar elkaar omzien, dat deden ze vóór de crisis toch ook al? Is dat nu echt goed?
Het is toch véél belangrijker dat er zo min mogelijk mensen besmet worden, dat we het virus bestrijden en we kunnen gaan nadenken over de tijd ná corona!
U hebt gelijk.

Maar aan de andere kant: zodra we door rampen worden belaagd lijkt het wel of de tijd van de ijdele dingen aanbreekt. (schrijft Montaigne over ijdelheid) Ik zal u een persoonlijk voorbeeld geven.
In de afgelopen jaren ging ik voor mijn diensten op zondagmorgen naar de kerk en ik bereidde me met studie gedegen voor. En ook minder belangrijke zaken hoorden daarbij, zoals een keer naar de kapper gaan, schoenen poetsen, niet teveel en niet te weinig eten. Preek in de tas en dan: aan het werk. Ik geef het maar toe: ik kom graag goed voor de dag. 

U luistert nu naar een radiocolumn. Dit betekent dat u mij wel hoort, maar niet ziet. Voor mij is dat ook wel prettig, want nu hoef ik geen stropdas te strikken, ik hoef mijn schoenen niet te poetsen, mijn haar is wat lang geworden maar met de maatregelen van nu zijn de kappers nog dicht. Ik kom graag goed voor de dag, maar voor de radio hoeft dat niet en in sommige opzichten kán dat in deze tijd ook niet. Als het langer gaat duren bestaat de kans dat ik er als een landloper ga uitzien…

Ik word onverschillig over mijn uiterlijk, omdat het is niet nodig is mezelf goed te verzorgen. Ik vind dat eigenlijk wel pijnlijk om te constateren… 

“IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!” roept het Bijbelboek Prediker me toe. (Prediker 1,2)
Het is misschien ook niet eens de vraag of de crisis het goede of het slechte in ons naar boven brengt.
Het is eerder belangrijk of wij daarin onszèlf herkennen, met onze mooie en minder mooie kanten.
Dat we leren niet alleen om ons heen te kijken, maar ook de blik naar te binnen keren, onszelf niet te vergeten, onszelf leren kennen.

Veel dingen zijn niet zo erg, of belangrijk. Veel dingen worden vooral: mínder. Zo leiden we nu al enkele weken - noodgedwongen - een teruggetrokken leven. We maken minder en kortere reizen. We leren matigen en bescheiden zijn, afstand houden. En of dat nu goed is of slecht: de tijd zal het leren. De Prediker zegt daarover: “Wat er is, was er al lang; en wat zal komen, is er altijd al geweest.

God haalt wat voorbij is altijd weer terug”. (Prediker 3,15) 

Nooit hetzelfde, maar altijd weer anders.